Denktank II: Een zoektocht naar geluk

De Undercurrent piept en kraakt. Het is hondenweer als zeven communicatieprofessionals plus het bestuur van de Stichting Auspiciën op 5 november bij elkaar komen op het Johan van Hasselt kanaal in Amsterdam-Noord. Het doel van de avond is nadenken over innovatie in communicatie. Het verder weg liggende perspectief is de Van Speijkprijs van nieuwe munitie te voorzien.


Bestuurslid Rijk van Ark van de Stichting Auspiciën, daarin ondersteunt door Frank Dorrestein, is organisator van dit denkdiner. De deelnemers is gevraagd hun visie op innovatie in communicatie in een essay samen te vatten.

Van Ark kiest niet voor een instrumentele benadering, maar poneert de stelling dat menselijk geluk bepaald wordt door de manier waarop wij met elkaar omgaan – dus met elkaar communiceren.

“Ofwel, de wereld wordt beter door het verbeteren/innoveren van zowel de vorm (zoals middelen, technologie) als de inhoud (zoals boodschappen en doelen) van communicatie, of niet….” Hij wil met de zeven spraak- en smaakmakers uit het communicatievak, het onderwijs, de politiek, de wetenschap en het bedrijfsleven, deze stelling nader onderzoeken. Dat doet hij aan de hand van vier ingrediënten.

  • De betekenis en werking van innovatie in communicatie;
  • De invloed van communicatie op menselijk geluk;
  • Voorbeelden van hoe het wel of niet goed werkt en waarom;
  • Concrete voorstellen hoe je een stevig geldbedrag gedurende meerdere jaren kan inzetten om innovatie in communicatie te bevorderen.

“Een zoektocht naar geluk.” Zo omschrijft Rijk van Ark de inzet van het denkdiner. Daarna is het de beurt aan telkens twee koppels. Zij lichten hun essay toe, waarna een compact debat volgt.

Het voorgerecht
Guido Rijnja benadrukt het belang van het stellen van de ‘waarom’ vraag. Die gedachte werkte hij uit in zijn essay ‘uit je bol’.

“Het voortdurend stellen van de waarom vraag is de kern van het communicatievak. Er zit veel meer communicatieve intelligentie in mensen dan ze zelf weten. Help mensen de bedoeling te laten begrijpen. Faciliteer dat. Wij kunnen als we nadenken over vernieuwing in ons vakgebied niets mooiers aanbieden dan mentorschappen aan jonge professionals. We moeten niet focussen op wat we willen dat mensen doen, maar op wat mensen doen.”

Guido Rijnja: “Het grootste cadeau voor de communicatieprofessional van de afgelopen vijf jaar is het inzicht dat we bij gedragsverandering niet moeten focussen op wat we willen dat mensen doen, maar op wat ze doen. Niet zozeer de vanachter een tekentafel, beeldscherm of in een laboratorium ontwikkelde opties om de wilskracht aan te spreken – Primen! Framen! Storytelling! – doet er toe, maar wat besloten ligt in de schatkamer van het onberedeneerde handelen, het niet-wetende doen.”

Marja Ruigrok geeft haar essay als titel mee: ‘Leer en inspireer’. “Geluk en communicatie: het een kan niet zonder het ander. Communiceren doe je met al je zintuigen, waarbij aanraking – ‘touch’ – de toekomst is. “ Een voorbeeld van een nieuwe manier van communiceren is tag-it, een onderzoekstechniek om communicatie te evalueren. Ruigrok pleit voor het bij elkaar brengen van verschillende disciplines bij communicatietrajecten. “Stap buiten je cirkel en haal er eens een techneut bij, een kunstenaar, een kok, een wetenschapper, een designer.” Dit idee is concreet uitgewerkt in ‘De tafel van tien’. In de praktijk ziet ze mogelijkheden voor een ‘soort uitzendbureau voor professionals uit verschillende disciplines die aan communicatievraagstukken werken. “Je kunt ook denken aan een leerstoel of studiefonds.”

Marja Ruigrok: “De voorspeller van deze trend is geen communicatieprofessional, maar iemand die zich met design bezig houdt. En dat is meteen de kern van dit verhaal: zonder inzet van branchevreemde disciplines geen nieuwe inzichten in het werkveld van de communicatie. Het gaat om leren en inspireren, andere invalshoeken die tot nieuwe inzichten leiden.”

Intermezzo I
Wat is geluk? Die vraag ligt de hele avond op tafel. Is geluk vluchtig of juist duurzaam? Gaat het bij geluk altijd over een kort moment? Over welk geluk praten we? Wanneer je geluk wilt definiëren in termen zoals ‘het doel dat je wilt bereiken’ dan is dat is ‘erg neocortex’, rationeel. De waarom vraag gaat veel dieper. Gebruik vooral je intuïtie en laat jezelf verrassen. We zijn geneigd alles voortdurend te beredeneren en verwaarlozen ons gevoel. Dat leidt niet tot contact, integendeel.

Argumenten stellen niets voor, tenzij je er naar op zoek bent. Bij geluk wil je veel vaker iets en volgt achteraf het rationaliseren en argumenteren. Toch zul je hoe dan ook die intuïtie woorden moeten geven, wil je met anderen verder gaan. Dat is immers de kern bij communicatie. Stel vragen. Dat helpt om iemand te begrijpen. Het leermoment komt als je achteraf begrijpt wat je doet. Geforceerd op zoek gaan naar geluk werkt niet. We moeten de hele dag gelukkig zijn. Juist dat maakt ons ongelukkig. Geluk is precair: klein en breekbaar. Idealen dromen is als voertuigen: zodra ze op de bestemming zijn aangekomen, worden ze onmiddellijk verlaten. Blijven we met deze constateringen niet te veel binnen onze comfortzone? Innoveren is toch pijn lijden?

De een pleit voor het verder kijken dan de eigen grenzen, de ander voor nieuwe manieren van leren. Probeer altijd de connectie met vreemden aan te knopen, juist om uit die comfortzone te komen. Verveling is een goede drijfveer voor verandering en vernieuwing. Je wilt zelf iets anders. Dat is een verlangen; brandstof voor innovatie. Daarbij heb je mensen nodig die geloven in jouw aanpak. Die kun je verleiden. Je moet aanvoelen waar je mensen mee kunt krijgen in je verhaal. Het kost tijd en energie, dat geeft niets. Het is tegelijkertijd deel van de sport en de lol. Door een sterk gevoeld verlangen gaat het vuurtje branden. Wil je je geloof, je kennis en je visie delen, dan komen daar echte geluksmomenten uit voort. Je kunt mensen alle speelruimte bieden, die vrijheid is tegelijkertijd beangstigend. Je begint aan iets waarvan je de afloop niet kent. Zonder doel, maar wel met een verlangen.

Als verlangen een drijfveer is, wat is dan de rol van communicatie? Communicatie is iets gemeenschappelijk maken. Kunnen we die processen helpen mogelijk maken?

Het hoofdgerecht
‘Echt verbinden is een lijfelijke kwestie’ zet Abeltje Hoogenkamp als titel boven haar essay. “Ik versta onder communicatie: het heen-en-weer tussen mensen, waarin ze zichzelf te verstaan geven, zich aan elkaar verbinden en met elkaar delen.” We leven in onzalige tijden: die van tele-communicatie, een contradictio in terminis. Je kunt wel bellen en sms’en, maar ruiken, voelen, proeven… dat is onmogelijk.” Ze vreest dat de ontwikkeling van lijfelijk naar geestelijk, van bik naar hoofd verder zal doorzetten. Van haar eigen suggestie om springstof te kopen om daarmee in de geest van Van Speijk zoveel mogelijk internet- en telecommunicatiestations op te blazen schrikt ze. “Misschien is dat toch te gewelddadig en moet ik uit mijn traditie meenemen dat het Paradijs niet met semtex veroverd kan worden. De eerste christengemeenschappen probeerden iets van de verloren relatie uit het hof van Eden te hervinden in kleine clubjes. Waar mannen en vrouwen door elkaar zaten. Waar ze samen zongen, elkaar vasthielden, waar ze aten en dronken en elkaar verhalen vertelden: kortom met al hun zintuigen iets probeerden te delen.”

Abeltje Hoogenkamp: “Als de vraag naar het geluk gesteld wordt, stel ik voor te focussen op één verhouding tussen mensen in het bijzonder, namelijk die van de liefdesbetrekking. Zonder twijfel is dat een relatie met enorme invloed op ons levensgeluk. Onze geliefde is in de meeste gevallen ook degene met wie wij het meeste communiceren – in elk geval zolang het nog goed gaat.”

Volgens Noëlle Aarts is geluk besmettelijk. Waarom dat zo is legt ze uit in haar gelijknamige essay. Volgens haar is er niets nieuws aan de netwerksamenleving. “Nieuw is het inzicht dat de samenleving chaotisch en fluïde is en dat we door ons te verbinden in netwerken voortdurend structuren vormen die komen en gaan. We begeven ons in die netwerken op zoek naar geluk.”

Ze gaat dieper in op de eigenschappen van ‘bonding’ en ‘bridging’. “Bonding verwijst naar verbindingen tussen mensen die achtergronden, belangen of doelen met elkaar delen.” Dat is belangrijk want behalve voor geluk zorgen deze netwerken voor de waarheid. “De waarheid is het resultaat van gesprekken met vrienden.”

‘Bridging’ gaat veel verder. “Dit gaat over verbindingen tussen mensen die in andere werelden, andere praatgemeenschappen tot andere waarheden en andere inzichten komen.” Hier ziet zij een belangrijke opdracht voor de communicatieprofessional. Het organiseren van verbindingen tussen groepen mensen die de neiging hebben om juist niet met elkaar te communiceren, maar dat om allerlei redenen wel moeten doen. En het soms afremmen van al te veel ‘bonding’. Op zoek naar de juiste balans. Aarts werkt mogelijke definities van geluk verder uit. Geluk is besmettelijk, aandacht voor de ander, werken in een excellente organisatie, effectief omgaan met voortdurende dynamiek en oneindige transparantie. “Kortom, leren hoe we onszelf overeind kunnen houden en tegelijkertijd menselijk geluk kunnen bevorderen in een omgeving die voortdurend verandert.”

Noëlle Aarts: “Lang genoeg heeft de nadruk gelegen op communicatie in de zin van zenden, mededelen en overtuigen. De perspectieven van sociale netwerken en collectief gedrag brengen de aandacht naar wat er tussen mensen gebeurt, naar interactie. Het fenomeen luisteren, als in ‘betekenis verlenen in interactie’ wordt ook professioneel steeds belangrijker.”

Intermezzo II
Er is veel onderzoek gedaan naar geluk. Geluk is voor een groot deel besmettelijk. Dat blijkt op te gaan tot de vijfde macht. Het toont de kracht van ‘bonding’. Dikke mensen bijvoorbeeld blijken vaak te wonen in omgevingen met veel dikke mensen. Interessant is onderzoek naar een dun iemand in een dikke omgeving. Hoe doe je dat als dunne? Hoe houd je dat vol?

Maar hoe kan je geluk verspreiden? Alleen via directe contacten? Of ook via sociale media. Twitter is een complimentenmachine; een blij dingetje. Tegelijk worden er afschuwelijkste berichten rondgestuurd: het wemelt van de bedreigingen. Complimenten zijn mooi. We geven ze elkaar veel te weinig: thuis en op het werk. Tegenover één keer kritiek moeten minstens vier complimenten staan. Dat komt door onze opvoeding. We leren: je moet kritisch zijn. Dat ben ik zat. Ik ben dankbaar als er mensen om me heen zijn – jou wil ik horen.

Contact gaat niet vanzelf. ‘Bridging’ is het zoeken naar gemeenschappelijke dingen bij mensen buiten je comfortzone, ook als je die niet direct ziet. Je moet zoeken naar gemeenschappelijke punten. Waar je ook komt: ouders willen voor hun kinderen een betere wereld. Dat staat los van ras, geloof, of wat dan ook. Het is een universele, menselijke behoefte.

Maar werken in een nieuwe omgeving is even lastig, of zelfs eng. Toch tref je al snel soortgelijken en is er sprake van nieuwe ‘bonding’. Dat is niet alleen sociaal wenselijk, maar ook biologisch noodzakelijk. Er schuilt ook gevaar in. Het kan doorslaan; je kunt gemakkelijk andere groepen negeren. Roddelen bijvoorbeeld is een veelgebruikt communicatiemiddel om uit te sluiten.

Is het zo dat onder alle telecommunicatie een bom moet, wegens inefficiëntie of zelfs onwaarachtigheid? Zakelijke afspraken kun je toch prima regelen via een webcam? Bovendien spaart het tijd en reiskosten. Dat je een mogelijk interessante ontmoeting in de trein misloopt is de prijs die je daarvoor betaalt. Bedrijven reageren op de te grote afstand tot de werkvloer, op te veel afwezigheid. Bij Yahoo schuiven alle werknemers weer verplicht aan het bureau. Zonder die direct menselijke contacten tussen collega’s lijkt vernieuwing onmogelijk.

Verbindingen leggen tussen mensen is mooi en leidt tot geluk. Iemand moet de overeenkomsten zien: de gezamenlijkheid. Dat eist een sterk verlangen om elkaar te ontmoeten en lukt alleen met gedreven missionarissen. Mensen die dat goed kunnen moet je faciliteren, wellicht met geld, een uitzendbureau of een prijs.

Wat leveren wij met zijn allen op met dit gesprek? Waar komen we op uit? Wat gaan we doen? Waar zit de innovatie?

Het nagerecht
Jan Jelle van Hasselt zet zijn essay in de Geluksgrondverf.Happiness is a cigar called Hamlet’, noteert hij. De vraag die hij zich stelt is hoe communicatie kan leiden tot geluk, of er minstens een bijdrage aan kan leveren. Hij benadert het thema langs drie invalshoeken: het omslagpunt, de geluksgrondverf en de geluksgesprekken.

Bij ‘het omslagpunt’ maken mensen – soms onbedoeld – radicale keuzes. “Communicatie kan verbinden, motiveren, kennis vermeerderen. Maar communicatie kan ook demotiveren en afstand creëren.” Mensen kunnen in de geluksgrondverf gezet worden door ze te ‘primen’. Zijn ze eenmaal in een opperbeste bui, dan staan ze meer open voor berichten en boodschappen. ”Vast staat dat primen geen langdurig effect heeft, maar geldt dat niet voor alle geluksbelevingen?” Voor de geluksgesprekken speelt Van Hasselt leentjebuur bij de psychotherapie. Zijn belangrijkste conclusie: “Werkelijke innovatie in ons vak krijgen we door onderzoek uit te voeren.”

Jan Jelle van Hasselt: “Communicatie kan verbinden, motiveren, kennis vermeerderen. Maar communicatie kan ook demotiveren en afstand creëren. Daarbij is het fenomeen van communicatie-overload, informatiestress: boven een bepaalde grens van communicatieprikkels neemt de ervaren druk toe en de effectiviteit ervan af”.

Peter ’t Lam zoekt antwoorden op de geluksvraag in zijn essay ‘wathebje, over verre oorlogen en nieuwe nabijheid’. Of we geluk kunnen bereiken is de vraag. Volgens ’t Lam die ‘Het menselijk tekort’ inzet om menselijke dilemma’s te onderstrepen kun je dezelfde communicatiemiddelen die berichten over oorlogen ver van huis dichtbij brengt, inzetten om noden om de hoek te lenigen of praktische vragen te beantwoorden. Concreet stelt hij een app voor – ‘wahthebje’ – waardoor mensen in een postcodegebied elkaar daadwerkelijk kunnen gaan ontmoeten. “Een nieuw soort noaberschap met nieuwe media als verbindende schakel.”

Peter ’t Lam: “Opmerkelijk genoeg bieden de nieuwste communicatiemiddelen niet alleen de mogelijkheid om over misstanden in de hele wereld (verre oorlogen) te berichten, maar ook om ons op de hoogte te stellen van noden en mankementen dicht bij huis. Dankzij Marktplaats, Twitter en honderden apps staan we in verbinding mensen ver weg en om de hoek. Met vrienden en met onbekenden. En met deze media kunnen wij als prosumers niet alleen ontvangen, maar we kunnen zelf ook zenden. We hebben tegenwoordig alle opties in handen: dichtbij en ver weg; zenden en ontvangen. Vanuit die wetenschap zou ik een pleidooi willen houden om niet alleen aandacht te hebben voor verre oorlogen, maar ook de blik te richten op nabije noden. Concreet gezegd: een pleidooi om de innovatie-kracht van nieuwe media, social media, in te zetten om tot uitwisseling van tekorten en overschotten in onze eigen leefomgeving te komen.”

Intermezzo III
Vergis ik me? Communicatie is toch alleen een middel om met elkaar contact te krijgen? Zijn we met zijn alleen zo ongelukkig? Het reduceren van ongeluk, als je dat al kunt, is het hoogst haalbare. Geluk overkomt je.

Communicatie kent twee niveaus. We kunnen de samenleving laten zien hoe dat tussen mensen werkt. We hebben de hardware en de software. ProRail voor de infrastructuur en de NS voor de kaartjes en het contact in de trein. De infrastructuur ligt er. Het web, twitter, persoonlijk, kranten, brieven. We hoeven ons niet zozeer bezig te houden met de techniek, maar met de softere kanten.

Communicatie is geen middel, maar heeft wel middelen. Communicatie kan kapot maken, maar ook verrijken. Het is een krachtig fenomeen. We kunnen als professionals iets bereiken. Ooit leerde ik de definitie van informatie: ‘informatie is reductie van onzekerheid’. Wij mankeren iets, we missen iets. Wij kunnen informatie leveren, vragen en antwoorden bij elkaar brengen.

Het vak heeft zich ontwikkelt. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen de kranten los van de zuilen. Daarna kwamen de massamedia. Nu is het maatwerk met een breed scala aan technieken en mogelijkheden en is iedereen zender en ontvanger. Er is één probleem: wij als professionals gaan er niet langer over. We hebben moeite met de techniek en vinden – nog – niet de juiste woorden.

Wil je goed kunnen communiceren, dan zijn excellente organisaties een voorwaarde. Mensen in excellente organisaties gaan vriendelijk met elkaar om. Helpen elkaar, geven complimenten. Er heerst vertrouwen, waardoor mensen directer durven communiceren. Die managementlagen moeten eruit.

Wij verkeren in een luxe positie. Een denkdiner als dit kan alleen bij de gratie van de vrijheid van meningsuiting. Wij kunnen met elkaar in vrijheid debatteren over innovatie in communicatie, zonder dat iets of iemand ons een strobreed in de weg legt. Wij kunnen kritiek hebben op de machthebbers. Niet iedereen op deze wereld leeft – helaas – onder dezelfde gelukkige omstandigheden.

Er is gepleit voort meer onderzoek. Dat kan, maar moeten we niet aan de bak: dingen proberen, stuiteren, leren, opstaan, opnieuw leren en weer doorgaan. Wat kunnen we nog toevoegen aan alle boeken, rapporten en papers dier er al liggen? Het beeld van geluk rond de dorpspomp blijft opkomen. Als we in staat zijn mensen met elkaar in contact te brengen zetten we een stapje vooruit. Dat kan de ene keer via internet, de andere keer via een persoonlijk gesprek.

De koffie
Joep Mourits heeft bij de Rabobank hectische weken achter de rug. De bank kwam vol onder vuur te liggen nadat in oktober bleek dat dertig medewerkers de Libor manipuleerden voor gewin van de bank. Als hoofd communicatie stond hij midden in de brandhaard. Het viel Mourits op dat veel van de inleidingen een bijna religieuze connotatie kenden, zo constateerde hij op het einde van de avond. Dat kwam hem – opgevoed in een katholiek gezin – niet onbekend voor.

Joep Mourits“Kan communiceren het toppunt van geluk opleveren? Dat lijfelijke van communicatie, het met elkaar in gesprek zijn, zit er vanaf de oertijd in.” Mourits vraagt zich het volgende af. “Als de oervorm van communicatie het verbinden is van twee individuen of compacte groepen is dit dan ook in grotere verbanden te realiseren, met eenzelfde geluksgevoel als doel?”

Daarbij is de kunst, zo vermoedt hij, om vormen te vinden die dat in onze tijd mogelijk maken. Hij ziet ook verbanden met de ontwikkeling van het vak communicatie. Iedereen is nu zijn of haar eigen uitgever. Kan je daardoor mensen of organisaties gelukkiger maken door hen met meer vrijheden te laten communiceren. Want dat brengt hen het dichts bij een de oervorm van communicatie, waarin mensen delen. Hij gaat nog een stap verder.

“De vraag is niet hoe je optreedt tijdens een crisis, want dan ben je veel te laat. De vraag is of communicatie kan bijdragen aan het voorkomen van crises. Zouden gebeurtenissen zoals die bij de Rabobank te voorkomen zijn geweest als er sprake zou zijn van een opener en transparantere cultuur? Kan communicatie ook preventief werken?”

Zijn we in staat – niet langs theoretische weg – maar door te doen, te leren en door van tijd tot tijd achterom te kijken of we nog wel trouw zijn aan onze uitgangspunten – de grondbeginselen van fysieke communicatie met de inzet van een slimme infrastructuur te vertalen en op een waarachtige manier met mensen te communiceren? Zijn we in staat klein intermenselijk gedrag te vertalen naar grotere verbanden? Is dat de springstof die Van Speijk gebruikt, of toch de gezochte springplank naar de toekomst?

Concrete voorstellen

  • Guido Rijnja: “Wie vier ton beschikbaar heeft voor de innovatie van de communicatie richt als de wiedeweerga het professional ontwikkeling fonds op. Help professionals uit hun bol te gaan en hun bedoeling uit de wikkels te halen. Drie programmalijnen: 1) de impuls: iedereen die 5 jaar in het communicatievak zit coacht een young professional om met zijn of haar ambachtelijke bedoeling uit de kast te komen, 2) de etalage: help deze coalition of the willing om (een of meer) manifestaties van innovatief vernuft te beleggen (met onthechte, kritische reflectie uit bezielde hoeken: de natuurkundige, de pastor, de voetbalcoach) en 3) de waaier: benut de uitdijende infrastructuur van kringen, vakgroepen en media om professionele nieuwsgierigheid naar wat wél kan als het gaat om gemeenschappelijk maken in een ongekend complexe tijd te vieren. Want is dat niet de bedoeling”?
  • Marja Ruigrok: “Je zou kunnen denken aan een soort uitzendbureau voor professionals uit verschillende disciplines die bereidwillig zijn om aan communicatievraagstukken mee te werken. Het bureau kan vraagstukken verzamelen die dan weer gematcht worden met mensen uit verschillende disciplines. Maar je kan ook denken aan een leerstoel of een studiefonds.”
  • Abeltje Hoogenkamp: “Ik stel voor om van die vier ton euro’s vier ton springstof kopen en daarvan à la van Speijk zoveel mogelijk internet- en telecommunicatiestations op te blazen. Negen maanden na dato hebben we een geboortepiek. Ik durf de stelling aan dat ons geluksgevoel niet zou dalen.”
  • Peter ’t Lam: “Een pleidooi om de innovatie-kracht van nieuwe media, social media, in te zetten om tot uitwisseling van tekorten en overschotten in onze eigen leefomgeving te komen. Een whatsapp-je in de vorm van een Wathebje. Via de Wathebje-app wisselen buurtgenoten zaken met elkaar uit die je in je eigen omgeving kunt regelen.”
  • Jan Jelle van Hasselt: “Werkelijke innovatie in ons vak krijgen we door onderzoek uit te voeren. Onderzoek dat nieuwe inzichten kan geven in de werking en in de rol en bijdrage van communicatie. Met het voorgestelde onderzoek snijdt het mes aan twee kanten: het geeft inzicht in de relatie tussen communicatie en geluk, en het maakt communicatieprofessionals gelukkig door het krijgen van nieuwe inzichten.”

Belangrijkste conclusies

  • Geluk is precair. Geluk is zintuiglijk waarbij het draait om doen vanuit het gevoel om dit later te rationaliseren. Achteraf moet men die intuïtie woorden geven. Stel dan vragen. Dat helpt om mensen te begrijpen.
  • Communicatie leidt tot geluk als je succesvolle verbindingen weet te leggen. Bonding en bridging spelen daarbij een belangrijke rol. Bonding verwijst naar de verbinding tussen mensen die achtergronden, belangen of doelstellingen met elkaar delen. Deze netwerken ontstaan vanzelf omdat we het fijn vinden om te horen tot mensen die vinden wat wij vinden. Te veel bonding kan leiden tot stereotypering en dat leidt tot ongeluk. Daarom is bridging nodig. Dit gaat over verbindingen tussen mensen die in andere werelden leven en in andere praatgemeenschappen tot andere waarheden komen. Communicatieprofessionals spelen een belangrijke rol in het verbinden van mensen uit andere werelden.
  • Innovatie in de communicatie kent twee belangrijke uitgangspunten: loslaten van de controle & uitgaan van het goede van de mens.
  • Voor innovatie in de communicatie is interactie tussen verschillende disciplines nodig. Naast bestaande stakeholders is inspiratie nodig door andere disciplines. Stap buiten de cirkel van communicatieadviseurs en haal er eens een kok, techneut, kunstenaar of designer bij. Wordt samen probleemeigenaar en ga aan de slag!

 Wie dachten mee?

  • Noëlle Aarts, hoogleraar Strategische Communicatie aan de Wageningen Universiteit en UVA
  • Jan-Jelle van Hasselt, mede-eigenaar Wit Communicatieadviseurs
  • Abeltje Hogenkamp, voormalig stadspredikant te Amsterdam en bedenker ‘preek van de leek’
  • Peter ’t Lam, docent Communicatie InHolland
  • Joep Mourits, directeur Communicatie Rabobank
  • Marja Ruigrok, eigenaar Ruigrok Netpanel en politica & raadslid te Amsterdam
  • Guido Rijnja, senior communicatieadviseur Rijksvoorlichtingsdienst, storyteller en framedoctor

Stichting Auspiciën

  • Wim Huinder, voorzitter
  • Rijk van Ark, directeur dienst Economische Zaken, gemeente Amsterdam
  • Frank Dorrestein, dienst Economische Zaken, gemeente Amsterdam, organisatie
  • Marianne van Kalmthout, hoofd Communicatie gemeente Zaandam
  • Leo van Sister, managing partner BrandFuel, Raad van Advies SWOCC | voormalig directeur/voorzitter GVR
  • Erik Stevens, bestuursvoorzitter GOC en partner bij Phaff & Partners