Lessons Learnt: Kenmerken van Innovaties in de Communicatie Industrie en de Nominaties van 2012

De drie genomineerden voor de Van Speijk Innovatieprijs 2012 komen uit verschillende hoeken van de creatieve industrie. De winnaar EU1 komt oorspronkelijk uit de film- en tv-industrie, het Meet & Seat concept van KLM is vanuit marketing en e-commerce disciplines ontwikkeld en de Inscene app heeft betrekking op de evenementen branche. Kortom, heel verschillende achtergronden. Maar opvallend: enkele in het oog springende overeenkomsten waar we wellicht van kunnen leren voor toekomstige innovaties.

Wat zijn die overeenkomsten?

  1. Er zit een ‘groter verhaal’ achter.
    Alle genomineerden hebben op hun terrein een visie op ontwikkelingen in hun segment. Ze werken ook vanuit dit grotere verhaal en laten dit als leidraad fungeren bij de verdere  concretisering van hun innovatie. Een vernieuwende dienst of product staat dus niet op zichzelf, maar is door de innovator goed te plaatsen in een trend die hij of zij ervaart en die als relevant wordt gezien. Voor EU1 is dat de opkomst van een nieuw mediatijdperk waarin de tv- en filmmaker vanuit internet-producties moet denken, voor KLM is dat de opkomst van social media en de transformatie naar social business en voor Inscene is dat de snelheid en vluchtigheid van informatie-uitwisseling en daardoor het ontstaan van een grotere behoefte aan vis-a-vis contacten.
  2. Ontbreken van financiële doelstellingen
    Opvallend is dat geen van de genomineerden het innovatieproces is ingestapt met het idee daar snel rendement mee te realiseren. ROI-doelstellingen ontbreken – zeker bij aanvang – en spreadsheet management is hen vreemd. Geld is dus geen (onmiddelijke) drijfveer, maar wordt gezien als resultante. Want zo reëel zijn innovatoren ook wel: uiteindelijk moet de tijd en energie die erin gestopt wordt ook wat opleveren. Toch is er meer sprake van overtuiging en doorzetting dan van ‘handelsgeest’.
  3. Spelregels kennen
    Alle genomineerden zijn in hun eigen vakgebied ‘oude rotten’. Ze kennen de klappen van de zweep, ze kennen alle spelregels. En het is een onvrede of zelfs frustratie met diezelfde regels die aanleiding vormt voor innovatie. Het is eerder  “Dat moet anders kunnen” dan dat het gaat om een fraaie inval of een “aha erlebnis”. Nee, gewoon noest denkwerk getriggerd door het herhaaldelijk vastlopen in bestaande structuren.
  4. Het is eerder ‘product out’ dan ‘market in’
    Doordat overtuiging de basis vormt, is de start van het innovatieproces veelal een sprong in het duister. Zowel EU1 als Inscene zijn daar treffende voorbeelden van: de initiatoren handelen vanuit een persoonlijk gevoel, een idee over hoe de wereld eruit zou moeten zien. Pas later komt de interactie met klanten in het spel. Het is dus eerder ‘product out’ dan ‘market in’. De uitzondering wordt gevormd door KLM. Daar is de input van klanten het startsein geweest voor de innovatie.
  5. Gestructureerde input van klanten
    Hoewel het innovatieproces gestart wordt vanuit de initiator en diens persoonlijke ervaringen, is tijdens een uitwerking of verdere doorontwikkeling de gestructureerde input van gebruikers wel degelijk van belang. Men zoekt die ook op. Bij Inscene betrof dat ervaringen van de launching customer(s), bij KLM ging het om interactieve sessies met klanten. Bij EU1 gaat het om de voortdurende dialoog met de doelgroep die   leiden tot regelmatige bijstelling en bijsturing.